maandag 30 september 2013

VERWERKINGSOPDRACHT 1: OPEN PLEK

Voor deze verwerkingsopdracht heb ik opdracht 4 gekozen. Hierbij is het de bedoeling dat ik drie kunstwerken (foto's, schilderijen of beeldhouwwerken) kies en uitleg wat de open plekken op dat kunstwerk zijn. Ook moet ik deze in proberen te vullen.  Een open plek is een gedeelte van in dit geval een kunstwerk dat voor mij onduidelijk is en wat vragen bij mij oproept. 
Omdat een foto, schilderij of beeldhouwwerk een 'momentopname' is, is het volgens mij onmogelijk om geen open plekken te hebben. 

In dit schilderij zitten naar mijn mening verschillende open plekken. Zo vraag ik mij bijvoorbeeld af waarom de kunstenaar voor deze excentrieke schilderstijl gekozen heeft. Ook begrijp ik de muts van het afgebeelde meisje niet echt. Waarom heeft ze een soort masker in haar handen, bijpassend bij de muts? Misschien heeft de schrijver hiermee willen uitdrukken dat ze two-faced is? Ook zitten er, in het motief van de muts, allemaal radartjes bij het gedeelte van haar hoofd. Deze stellen waarschijnlijk haar hersenen voor.  


Deze vier kunstwerken staan in Gilze-Rijen. Voor mij zijn een aantal dingen niet duidelijk:
- Waarom heeft de kunstenaar ervoor gekozen om de stammen van de palmbomen zo geabstraheerd gemaakt en niet natuurlijk gelaten?
- Waarom zijn de vormen van de palmbomen zo ver van de werkelijkheid af?
Ik denk dat de antwoorden op deze vragen keuzes van de kunstenaar zijn. 

Ook bij dit kunstwerk komen er verschillende vragen bij mij op. Zoals bijvoorbeeld: welke figuren uit de Klassieke Oudheid zijn hier afgebeeld? En om welke gebeurtenis gaat het? Hoe gaat het verhaal verder? Na even zoeken heb ik het antwoord op deze vragen gevonden. De afgebeelde personen zijn Laocoön en zijn zonen. Laocoön was een ziener in de tijd van de oude Grieken en had de list van het paard van Troje doorzien. Toen hij dit probeerde te vertellen, kwamen er twee zeeslangen uit het water (gezonden door Poseidon) en die hem doodden.


maandag 23 september 2013


Vraag 1

Bekijk de volgende uitspraken. Geef per uitspraak aan wat het meest op jou van toepassing is. Zet een kruisje in het juiste vakje.

uitspraak
1 = past helemaal niet bij mij
2 = past niet bij mij
3 = past bij mij
4 = past helemaal bij mij.
Lezen vind ik niet leuk en ik lees niet veel. Het lezen van boeken voor volwassenen vind ik helemaal niet prettig. Als ik al iets lees dan lees ik het liefste boeken met veel drama en actie erin.
X
 
 
 
Lezen vind ik niet heel erg leuk, maar ook niet heel vreselijk. Ik lees niet graag dikke boeken. Ik heb wel boeken gelezen, maar die zijn niet voor volwassenen geschreven. Ik houd erg van boeken die gaan over voor mij herkenbare situaties.
 
X
 
 
Ik heb boeken gelezen voor volwassenen en ik begreep ze ook. Uit mezelf zou ik niet zo snel kiezen voor een dik boek. Ik vind het prettig als boeken gaan over maatschappelijke of psychologische vraagstukken zodat ik er lekker over kan discussiëren.
 
 
X
 
Ik vind het niet zo belangrijk hoe dik een boek is. Het is voor mij niet zo belangrijk of de gebeurtenissen in een boek ook al in mijn leven gebeuren of kunnen gebeuren. Ik vind het juist interessant om me dan te verdiepen in die gebeurtenissen. Ik heb boeken gelezen van (bekende) auteurs (voor volwassenen.)
 
 
X
 
Ik heb al behoorlijk veel boeken gelezen van (bekende) auteurs (voor volwassenen.) Wat ik leuk vind aan lezen is het uitzoeken van de achtergronden bij de teksten. Mij maakt het helemaal niet uit hoe dik een boek is. Ik heb ook al oude teksten gelezen en ik vond dat niet zo moeilijk.
 
X
 
 


 

Ik heb echt veel gelezen van Nederlandse auteurs en van de wereldliteratuur. Het lezen van boeken is voor mij belangrijk omdat het me helpt de werkelijkheid vorm te geven. Ik kan gemakkelijk verbanden leggen binnen de tekst maar ook buiten de tekst. Lezen is iets dat ik (bijna) dagelijks doe en ik praat (en lees) graag over boeken met mensen die er veel verstand van hebben.
X
 
 
 

 

Vraag 2.

Welke boeken las je het laatst voor de lijst? Noteer je antwoorden in de juiste  volgorde.

 
Titel
auteur
Uitgelezen in: (maand – jaar)
Boek 1 (meest recent)
Het gouden ei
Tim Krabbé
September 2013
Boek 2 (iets minder recent)
Haar naam was Sarah
Tatiana de Rosnay
Augustus 2013
Boek 3 (langst geleden)
De verbouwing
Saskia Noort
Augustus 2013

 

Vraag 3.

Bepaal de schrijfstijl in je laatst gelezen boeken. Omcirkel ja of nee in elke cel.

 
Gewone taal, gemakkelijk te begrijpen
Niet zo gemakkelijk te begrijpen stijl
Literaire stijl.
Moeilijke literaire stijl
Boek 1 (meest recent)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Boek 2 (iets minder recent)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Boek 3 (langst geleden)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee





 

Vraag 4.

Je laatst gelezen boeken en de inhoud. Over de personages en de inhoud van de boeken die ik het laatst voor mijn lijst gelezen heb, kan ik zeggen dat:

 
Ze helemaal passen bij mijn leven
Ze niet helemaal passen bij mijn leven maar dat ze wel te maken hebben met dingen die me bezig houden
Ze niet zo goed passen bij mijn leven en gaan ook niet echt over dingen die me bezig houden.
Ze erg ver af staan van mijn leven.
Boek 1 (meest recent)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Boek 2 (iets minder recent)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Boek 3 (langst geleden)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee

 

Vraag 5.

Je laatst gelezen boeken en de verhaallijn. Als ik de boeken die ik het laatst voor mijn lijst heb gelezen omschrijf,  dan kan ik zeggen dat:

 

 
De verhaallijn niet wordt onderbroken en dat er veel dingen achter elkaar gebeuren. Als de verhaallijn wel wordt onderbroken dan vind ik dat nogal vervelend.
De verhaallijn wel wordt onderbroken maar ik hem gemakkelijk terug kan brengen.
De verhaallijn wordt onderbroken en moeilijker is terug te brengen naar het oorspronkelijke verhaal, ik dat juist prettig vind.
Het verhaal op verschillende manier valt uit te leggen; daardoor is het voor mij lastig om de rode draad van het verhaal weer terug te halen.
Er zoveel betekenislagen in het verhaal zitten dat het terugbrengen van een rode draad erg moeilijk is.
Boek 1 (meest recent)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Boek 2 (minder recent)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Boek 3 (langst geleden)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee

 

Vraag 6 .

Je laatst gelezen boeken en de verwerkingsopdrachten

 
Boek 1
Boek 2
Boek 3
A. Kan ik een verhaalfragment samenvatten
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
 
B. Kan ik iets vertellen over de hoofdpersonen en wat er met hen gebeurt
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
 
C. Kan ik wat er met de hoofdpersonen gebeurt verbinden met het thema van het boek
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
 
D. Kan ik verschillende 'verhalen' binnen het verhaal ontwarren
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
 
E. Kan ik iets vertellen over de verhaaltechniek die de schrijver heeft gebruikt en hoe die techniek het verhaal beïnvloedt
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
 
F. Kan ik vertellen of het boek een rol speelt in de werkelijkheid en ook waarom dat zo is
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
 

 

Slotopdracht.

Leg de door jou gegeven antwoorden naast de niveau-omschrijvingen die vermeld staan in het overzicht ‘lezen voor de lijst’. Bepaal vervolgens je lezersniveau en kies een literair werk dat bij dit niveau hoort. Lees enkele hoofdstukken en bepaal vervolgens of je daadwerkelijk op het juiste niveau bent ingestapt. Wanneer blijkt dat het boek te moeilijk voor je is (je komt niet ‘in’ het verhaal), kies dan een boek uit de lijst één niveau lager. Vind je het boek te gemakkelijk (flauw verhaal, te kinderachtig, te voorspelbaar), kies dan een niveau uit de lijst één niveau hoger.

 

Na de uitleg over de verschillende leesniveaus, was het voor mij al vrij snel duidelijk dat leesniveau 3 ongeveer het beste bij mijn leesniveau aansluit. Een paar dagen geleden heb ik daarom ‘het gouden ei’ van Tim Krabbé gelezen. Dat bleek een goede keus, hoewel het wel wat aan de makkelijke kant was.