Titel: Lucifer
Auteur: Connie
Palmen
Amsterdam, 2007, Prometheus
351 pagina’s
Genre:
psychologisch
Samenvatting:
In de zomer van 1981 valt de vrouw van de
componist Lucas Loos op een Grieks eiland in een veertig meter diepe afgrond.
De turbulente verhouding tussen de homoseksuele Lucas Loos en de flamboyante
Clara Wevers vormt aanleiding tot een stroom van geruchten rondom deze
ongelukkige val.
Vijfentwintig jaar na de dood van Clara gaat de schrijver op onderzoek uit. Via een aantal kleurrijke personages dat het Amsterdam van de jaren tachtig bevolkte, stuit ze op onverwachte bronnen. Was de dood van Clara Wevers al jarenlang aangekondigd in een muzikaal en journalistiek oeuvre of was haar val een verschrikkelijk ongeluk?
Lucifer is geïnspireerd op een ware gebeurtenis in het leven van de Nederlandse componist Peter Schat (1935-2003). Aan de hand van zijn oeuvre analyseert Connie Palmen een door vragen en verhalen omgeven dood. Ze doet dit door feiten en fictie subtiel te verweven en zonder de pretentie de historische werkelijkheid weer te geven.
Vijfentwintig jaar na de dood van Clara gaat de schrijver op onderzoek uit. Via een aantal kleurrijke personages dat het Amsterdam van de jaren tachtig bevolkte, stuit ze op onverwachte bronnen. Was de dood van Clara Wevers al jarenlang aangekondigd in een muzikaal en journalistiek oeuvre of was haar val een verschrikkelijk ongeluk?
Lucifer is geïnspireerd op een ware gebeurtenis in het leven van de Nederlandse componist Peter Schat (1935-2003). Aan de hand van zijn oeuvre analyseert Connie Palmen een door vragen en verhalen omgeven dood. Ze doet dit door feiten en fictie subtiel te verweven en zonder de pretentie de historische werkelijkheid weer te geven.
Verwerkingsopdracht
‘Informatiemap’:
Wat
ik mezelf toeschrijf, is dat die liefde echt was. Maar daarmee is het nog geen
Romeo & Julia-liefde of een romantische liefde. Het is een liefde met alle
haken en ogen van dien als je met een ontrouwe man omgaat, die daar overigens
wel onder lijdt. Mij toe-eigening verwijten, verraadt juist de bezitsdrang van
anderen. Ischa Meijer was van iedereen. Ik ben de eerste die dat toegeeft. En
ze mogen hem echt hebben.”
In 2010 stierf haar
tweede geliefde en echtgenoot, politicus Hans van Mierlo. In 2011 schrijft ze
het veelgeprezen ‘Logboek van een onbarmhartig jaar’, waarin ze verslag doet
van de rouw om het verlies van een geliefde.
Connie leest geen kranten, vertelt ze, het nieuws is niet
haar realiteit. Ze is opgesloten in haar eigen hoofd, in haar eigen intellect,
met een niet te stillen honger naar kennis en wetenschap. Ze studeerde
filosofie en haar gedachtespinsels zijn het waard om opgeschreven te worden.
Erkenning krijgt ze dan ook meer dan genoeg. Haar boeken
breken verkooprecords. In 1991 debuteerde ze met de literaire roman ‘De Wetten’.
Dit boek werd een bestseller en daarmee was haar naam gevestigd. Ook de daarop
volgende romans als ‘De Vriendschap’ en ‘Lucifer’ werden uitermate goed
ontvangen en geprezen met onder andere de AKO-literatuurprijs en Humo’s gouden bladwijzer.
Maar haar bibliografie is vele malen breder dan ‘slechts’ romans. Ze publiceert
essays, wetenschappelijke stukken, korte verhalen enzovoorts. Haar
intelligentie speelt een grote rol in haar boeken. Hieronder een fragment uit
een interview met de NRC in 2002.
Filosofie
speelt een nogal grote rol. Zelfs de hoer filosofeert.
“Klopt. Ik heb belang bij een slimme hoer. Ik heb er blijkbaar
moeite mee om personages op te voeren die niet heel nadenkend zijn. Die ken ik
ook niet in het dagelijks leven. Mensen amuseren me door hun gepieker en getob.
Ik wil binnen vijf minuten weten wat iemand bezighoudt en dan kom je altijd wel
tot iets. Wat dat betreft bestaan er eigenlijk geen domme mensen. Je hebt al
een filosofie nodig om de straat over te steken. ”
In
De wetten schreef je dat je als kind te veel aan God hing*. Dat je non wilde worden of misdienaar.
“Misdienaar? Priester zul je bedoelen! Nu moet je niet de mythe
van mijn arrogantie naar de filistijnen helpen. Maar wat was je vraag ook
alweer?”
Speelt het geloof nog een rol?
“Ja, dat merk je wel aan Geheel de uwe. God bestaat niet, maar ik
houd heel veel van hem. Ik ben een heiden die met hem bezig is. Het fascineert
me dat iemand mij zo kan boeien. Ik vind het enig: met iemand bomen over God.
God is zo afhankelijk van het woord. Dat amuseert me. Man, wat een knap
bestaan. Het is een woord dat alles onderling verbindt. Dát is nog eens een
existentie. Net zoals je in een dorp ook meer bestaat zodra ‘ze’ het meer over
je hebben. Je kunt lekker roddelen over God. En daarmee schep je hem.”
Hang jij erg aan het leven?
“Ja. Maar ik ga er een beetje mal mee om, waarschijnlijk juist
omdat ik er zo aan hang. Ik doe er niet veel aan om honderd te worden, ga niet
twee keer per week naar de sportschool, pak liever de auto dan de fiets en moet
zeggen dat het leven zonder roken en drinken me heel vervelend toeschijnt. Het
is een beetje Russische roulette. Maar ik hoop niet dat ik morgen ga.”
Bronnen: