vrijdag 31 oktober 2014

Elegast anno 2014

Dhr. E. le Gast schrikt als de klok in de woonkamer hem erop wijst dat het al middernacht is. Trillend van de zenuwen probeert hij voorzichtig om wat comfortabeler te gaan zitten. Hij werpt eens een schuine blik op zijn compagnon Karel, die zuchtend zijn zoveelste espresso achterover gooit. Verliefd kijken ze elkaar even aan en ze weten beiden dat ze vanaf dit moment niet meer terug kunnen.

Zondagochtend. Het meisje is inmiddels voor zover mogelijk gekalmeerd, maar begrijpt nog steeds niet waar ze is. Het losgeld kunnen ze ieder moment op gaan halen.

Het was zo makkelijk. Op internet was gewoonweg een lijst te vinden van de rijkste tachtig Nederlanders, inclusief adres. Ze hadden er op goed geluk eentje uitgepikt.

De dochter ontvoeren bleek veel simpeler te zijn dan dat ze ooit hadden kunnen bedenken. Doodstil door schrik en doodsangst liet het meisje zich gewillig meevoeren het busje in. Hopend deze ordinaire kidnap te overleven.

Natuurlijk zouden ze haar niet doden. Tenminste, dat was niet het plan. Het ging hen om het geld. Dat vervloekte geld, dat waar zij veel te veel van had, en zoveel bijstandsmoeders op de wereld te weinig. Er moesten zoveel dingen worden rechtgezet. En zij zouden, koste wat kost, de wereld mooier maken en alles eerlijker verdelen. Als echte helden.

vrijdag 10 oktober 2014

OPDRACHT BOEK MET THEMA W.O.1

Om deze opdracht te kunnen maken en beargumenteerd antwoord te kunnen geven op de vragen, heb ik het boek ‘De witte veer’ van auteur John Boyne gelezen. Oorspronkelijk is dit boek Engels en mag ik hem dus enkel als extra op mijn leeslijst zetten, maar het verhaal sprak me zo aan dat ik dat voor lief heb genomen.

Opdracht 2
Het eerste wat sneuvelt in een oorlog is de waarheid.
Het is op zijn minst opmerkelijk te noemen met welk een enthousiasme jongeren ten strijde trokken. De algemene opvatting was dat iedereen voor Kerstmis weer thuis zou zijn, maar al snel bleek dat de oorlog lang zou duren en op gruwelijke wijze zou verlopen. Toch bleven er zich steeds jongeren aanmelden.

Noteer op welke wijze dit aspect in je boek naar voren gebracht wordt.
De hoofdpersoon van dit verhaal, Tristan Sadler, is zeventien jaar als de oorlog begint. Hij kan niet wachten tot hij zich aan kan melden om mee te doen aan de oorlog, en met hem ongeveer alle jeugd die in het verhaal beschreven wordt. Op een aantal jongens na: ‘witte veren’. Deze jongens willen uit principiële of religieuze overwegingen niet strijden aan het front. Ze zijn ertegen om onschuldige Duitse soldaten, die hen eigenlijk niks misdaan hebben, zomaar neer te schieten. Door hun eigen leger, en vooral door de hogere rangen hiervan, worden deze jongens als bedreiging voor de overwinning gezien en vaak zonder proces afgeknald.  Ook worden ze niet begrepen door hun leeftijdsgenoten. ‘Ze zijn toch niet voor niets de vijand? Ben je een lafaard? Heb je dat niet over voor je vaderland?’ Toch houden zij vaak, hoewel ze weten wat voor consequenties dit heeft, vast aan hun gewetensovertuiging.

Ook in dit boek blijven zich inderdaad steeds nieuwe rekruten zich aanmelden. Toch staat er niet expliciet verwoord vanuit welke beweegreden zij dit doen. Sommigen van hen zijn opgeroepen, maar het boek vermeldt niet waarom mensen zich vrijwillig aan bleven melden ten tijde van de oorlog, ook toen bleek hoe afschuwelijk deze verliep. Wel wordt er, in iedere fase van het boek, door bijvoorbeeld reacties van personages duidelijk gemaakt hoe mensen erover dachten als jongens zich vrijwillig aanmeldden. De jongen was dan een trots voor de hele familie, want hij was trouw aan zijn vaderland en bereid zijn leven hiervoor op te offeren, iets wat kennelijk in die tijd hoger in waarde geacht werd dan gelukkig zijn en persoonlijke meningen.

Onderzoek wat de oorzaak van dit enthousiasme geweest is. Betrek hierbij expliciet de rol van de propaganda. Voeg illustraties van pamfletten aan je essay toe.
 De soldaten waren zo enthousiast omdat de algemene gedachte was dat de oorlog maar tot aan Kerstmis zou duren. Het zou een korte, maar heftige strijd worden, de vijanden zouden verliezen en de vaderlanders overwinnen. De volledige bevolking van een land (zowel van Duitsland als van tegenstanders zoals Frankrijk en Engeland) werd opgehitst voor de oorlog. Er werden triomftochten gehouden, strijdliederen gezongen en het aantal aanmeldingen van mannen tussen de 18 en 25 was immens. Een groot deel van dit nationale enthousiasme is geleverd door het tactisch gebruiken van propaganda. Zowel kranten als radio en pamfletten werden ingeschakeld om de bevolking op te roepen om te strijden voor het vaderland. Dit werd gedaan door op sluwe wijze de vijand zwart te maken en het nationalistische gevoel overal oproepen. Veel van de kreten die gebruikt werden in media, bleken uiteindelijk onwaar te zijn. Toch bleef media een belangrijke manier voor hoofdzakelijk politici om de mening van het volk te beïnvloeden.


Bronnen:
http://wereldoorlog1418.nl/eindexamenstof/index.html#47

vrijdag 13 juni 2014

Hersenschimmen

Door J. Bernlef

Na korte bespreking met de groep, kwam het al snel naar voren dat we allen lage verwachtingen hadden van het boek. Hoewel de recensies zeer positief waren, het boek werd zelfs bestempeld als echte klassieker. Wij vonden dit maar speculatief. Hoe zou een boek over alzheimer vanuit het ik-vertelinstantie nou goed geschreven kunnen zijn en realistisch overkomen? Gelukkig bleek dat deze recensies niet ongegrond waren. Het boek was een stuk sterker geschreven dan dat we van tevoren verwacht hadden. 

Bernlef koos voor de titel 'Hersenschimmen'. Dit slaat terug op de geestelijke ziekte van de hoofdpersoon Maarten. Door zijn dementie verliest Maarten steeds meer zijn grip op de werkelijkheid en veranderen zijn herinneringen geleidelijk in schimmen.
De hoofdpersoon is Maarten Klein, een 71 jaar oude man die met zijn vrouw, Vera, naar Amerika verhuisd is. Hij begint steeds vaker dingen te vergeten en blijkt aan dementie te lijden. Omdat je de wereld vanuit zijn oogpunt ziet vanaf het moment dat hij begint te dementeren leer je alleen zijn gedachtegang goed kennen; door zijn dementie krijg je alleen wat verwarde informatie binnen over de andere personages. Maarten en Vera hebben twee kinderen: Kitty en Fred. Zij wonen ver bij hun ouders vandaan. Daarnaast is er een dokter, waar nauwelijks iets van bekend gemaakt wordt. Maarten en Vera krijgen een hulp in huishouden: Phil. Haar leer je kennen als de vreemde vrouw die ingebroken heeft, als de vroegere pianolerares van maarten, en gewoon als de hulp in het huishouden. Zij is de enige die je echt als streng leert kennen in het boek
Doordat je de wereld ziet vanuit het oogpunt van een demente man, ontstaan er naarmate het verhaal, dat zich in chronologische tijdsvolgorde afspeelt, vordert steeds meer open plekken. Die open plekken worden door het verhaal niet opgelost, de lezer kan alleen maar bedenken wat er nou echt gebeurd is. Omdat de focalisatie constant bij Maarten ligt, raak je zelf ook verward van het lezen van het boek. We hadden het allemaal dat we soms zelf ook een beetje in de war waren na een paar bladzijden in het boek gelezen te hebben. Dat de setting van het verhaal een thuissituatie is, zorgt er ook voor dat je beseft dat wat in het boek gebeurt iedereen kan gebeuren.
Het thema van het boek is dementie. Het hele verhaal draait om de ziekte dementie waar het hoofdpersoon Maarten mee te maken krijgt. Er zitten verschillende motieven in dit verhaal, dingen als het boek `Our Man In Havana´ en het woord enfin. Dit zijn dingen die in het verhaal herhaaldelijk voorkomen en laten zien dat Maarten achteruit gaat. Ook de winter en de taal zijn motieven in dit verhaal.
Wij vonden het boek interessant om te lezen. Doordat het boek door de ogen van Maarten is geschreven, weet je wat hij doormaakt. Als lezer raak je af en toe zelfs in een beetje in de war, zeker in de laatste paar hoofdstukken. Wij vonden dan ook dat het boek precies zo geschreven was, dat je als lezer wordt meegenomen in het verhaal.

Individueel
Het proces van de discussie verliep vrij vlot. We waren het redelijk snel met elkaar eens en onze meningen over het boek lagen dicht bij elkaar. Het proces van nabespreken en discussiëren over het boek heb ik als zeer leerzaam ervaren. Hoewel ons gekozen boek leesniveau 3 had, denk ik persoonlijk dat ik een iets ingewikkelder boek ook prima aan zou kunnen. Volgende keer zou ik daarom graag ‘Een Schitterend Gebrek’ van Arthur Japin willen lezen. 

zaterdag 26 april 2014

Verwerkingsopdracht

'Ik Was Nooit In Isfahaan'

Voor de verwerkingsopdracht van het boek 'Ik Was Nooit In Isfahaan', geschreven door Tommy Wieringa, hebben wij ervoor gekozen om een fotocollage te maken. Hiervoor hebben we afbeeldingen opgezocht van alle reisbestemmingen die Wieringa in zijn boek beschrijft. We hopen hiermee een goed beeld te geven van zijn vele reizen. We hebben geprobeerd zoveel mogelijk verschillende aspecten van de landen weer te geven. Wij hebben ervoor gekozen om een fotocollage te maken, omdat beelden het best verschillende kanten van landen laten zien. 
Why I Love This Book
Opdracht A – Betoog

In deze recensie ga ik zo uitgebreid en volledig mogelijk mijn visie geven op het boek ‘Het Gouden Ei’ van Tim Krabbé. Dit doe ik aan de hand van de lijst met zeventien tips, opgesteld door het opinietijdschrift ‘De Groene Amsterdammer’.
Wat ik onmiddellijk leuk vond aan de schrijfstijl van Tim Krabbé, is dat deze heel helder en zo beknopt mogelijk is. In sommige bestsellers wordt namelijk veel overbodige informatie gegeven, waardoor de boeken over het algemeen een beetje langdradig worden en het tempo uit de boeken verdwijnt. Maar in ‘Het Gouden Ei’ worden er juist geen overbodige details verteld. Hierdoor lees je het boek gemakkelijk weg en blijft het verhaal spannend en vlot.
Deze spanning loopt door het hele boek heen en laat je verder zo snel mogelijk verder willen lezen. Ook weet Tim Krabbé de spanning heel goed op te bouwen en vast te houden. Zo wordt namelijk in het begin van het boek de vriendin van hoofdpersoon Rex Hofman ontvoerd. De vraag over wat er met haar gebeurd is, wordt pas aan het einde van het boek beantwoord, in ruil voor het leven van de hoofdpersoon. Ook heeft Tim Krabbé er bewust voor gekozen om je, via een auctoriale verteller, ook te vertellen over het motief van de dader (Raymond Lemorne) en om ook een beschrijving te geven van de ontvoering vanuit het oogpunt van de dader. Natuurlijk zorgt dit voor de nodige spanning. Ook krijg je mee hoe de dader zich voorbereid op deze gruwelijke moord.
De inzet die Tim Krabbé gebruikt in dit boek is niet bijzonder hoog. Het verhaal gaat niet over iemand van bijvoorbeeld hoge adel. Wel laat hij de hoofdpersoon aan zeer veel innerlijke conflicten lijden. Zo blijft de hoofdpersoon namelijk tot aan zijn dood geteisterd met de vraag of de liefde van zijn leven vermoord werd en weet hij zelf niet goed hoe hij dit moet verwerken.
Hoewel Krabbé niet veel gebruik maakt van overbodige details, worden er toch genoeg details gegeven om een duidelijk beeld te krijgen van een locatie of situatie. Persoonlijk ben ik sowieso niet zo’n fan van schrijvers die dit wel doen. Ik ben namelijk van mening dat een bestseller juist niet teveel beschrijvingen moet bevatten, omwille van het tempo van het boek.
Volgens de zeventien tips zou de schrijver van een bestseller buitensporige karakters moeten creëren. Behalve dat hoofdpersoon Rex Hofman zijn leven opoffert om te weten wat er met zijn vriendin gebeurd is, vind ik zowel het karakter als het doen en laten van de hoofdpersoon vrij herkenbaar en kan ik me goed inleven. Ook wekt de schrijver, door het zeer helder beschrijven van de wanhoop van de hoofdpersoon, sympathie op bij de lezer.
Hoewel er niet vaak wordt gesuggereerd dat het verhaal slecht afloopt, is het boek toch heel spannend. Dit komt mede doordat er veel zogenaamde ‘plot-twists’ in het verhaal voorkomen. Hierdoor blijft het boek leuk en wil je als lezer zijnde weten hoe het afloopt.


Persoonlijk vind ik het boek dus zeer geslaagd en heb ik het boek in een klap uitgelezen. Hoewel het op sommige punten dan niet voldoet aan de zeventien tips van ‘De Groene Amsterdammer’, hoort dit boek naar mijn mening zeker bij het rijtje van Klassiekers van de Nederlandse Literatuur.