vrijdag 6 februari 2015

Leesverslag
Herman Koch, ‘Red ons, Maria Montanelli’
Amsterdam, 1989, 5e druk
143 pagina’s

Genre: probleemroman, psychologische roman
Samenvatting: Een naamloze ik-persoon woont in veel te nette buurt. Hij gaat, net als de meeste kinderen daar, naar het Montanelli lyceum om de hoek. Hij heeft een uitgesproken hekel aan de manier van doen op die school. Het gaat hem allemaal veel te zoetsappig. De haat is wederzijds, op zijn verslagen staat altijd wel wat over zijn slechte houding. Toch gaat hij over, wat vooral te danken is aan de dood van zijn moeder, de leraren hebben het met hem te doen.
Op een dag komt er een zwakbegaafde leerling op school, Jan Wildschut. De verteller heeft meteen een hekel aan de jongen. Volgens hem doet hij zich veel dommer voor dan hij eigenlijk is. Daardoor krijgt hij nooit straf van de leraren, die er alles aan doen om het Jan naar zijn zin te maken.
De hele school gaat op werkweek, de verteller en Jan dus ook. Ze gaan fietsen. Als ze op een dag over een brug fietsen, gaan de verteller en zijn vrienden op de railing staan. Jan komt erlangs, en doet het ook. Maar Jan is motorisch niet helemaal goed, en hij stort naar beneden, het ijskoude water in. Daar verdrinkt hij. De verteller en zijn vrienden worden van school afgestuurd. 
*http://www.scholieren.com/boekverslag/46910

Verwerkingsopdracht ‘Argumenten zoeken’
Zoek twee of drie recensies bij je boek. Zoek van alle gegeven argumenten voor het oordeel van de criticus een concreet voorbeeld en geef daarbij jouw commentaar over dat bewuste argument. Dat je commentaar positief en/of negatief mag zijn is wel duidelijk. Die recensies, die je natuurlijk toevoegt aan je verslag, mogen voorzien zijn van aantekeningen, nummers en arceringen.
Bert Brussen is bijzonder te spreken over de schrijfstijl van Herman Koch. Hij maakt amper woorden vuil aan het feit dat Koch ontzettend professioneel is: dit staat voor hem als een paal boven water. Het enige minpunt dat hij in deze recensie noemt, is dat het voornamelijk de bestsellers zijn waar Koch bekendheid mee heeft verworven. Volgens Brussen zijn eerdere romans van zijn hand, zoals ‘Red ons, Maria Montanelli’ sterker qua plot en inhoud. Persoonlijk ben ik het hier maar gedeeltelijk mee eens. Ik vond het wel degelijk een heel goed boek, maar ik moet bekennen dat ik in het beginnen nogal moest ‘wennen’ aan de schrijfstijl van Koch. Ik lees namelijk het liefst boeken met zo min mogelijk overbodige informatie. Het leest naar mijn mening prettiger als de schrijver dicht bij de verhaallijn blijft. Herman Koch bleek zich niet zo om de rode draad te bekommeren: de hoofdpersonage/ik-persoon wijdde één zin aan het daadwerkelijke verhaal, om vervolgens op z’n minst vijf alinea’s af te dwalen over een detail wat er eigenlijk niet toe deed. Hoewel deze details op een vlotte manier geschreven zijn, begon ik me halverwege het boek toch af te vragen wanneer de clue van het verhaal zou komen.
Ook Elma Drayer is zeer lovend over de boeken van Herman Koch. Zij verwerkte in haar kritische analyse een interview met Koch over zijn eigen boek. Een van haar vragen verwoordt ze op een humoristische manier. Ze stelt namelijk ‘Een van de weinigen die er in zijn boek redelijk goed vanaf komen is Maria Montanelli zelf, van wie de jongen droomt dat ze terugkomt op aarde.’ Hierna geeft Koch zijn mening hierover. Op dit punt ben ik het helemaal eens met Drayer. Mijn tweede kritiekpunt op het boek is namelijk dat er nogal weinig positief beschreven wordt. Nu hoeft een boek natuurlijk niet enkel uit ‘rozengeur en maneschijnpassages’ te bestaan, maar in ‘Red ons, Maria Montanelli’ worden zowel de leefomgeving als de personages wel heel kritisch bekeken door de hoofdpersoon. Niets kan ontsnappen aan zijn oordelende blik. Koch zelf over zijn boek:

‘Ik wilde een mooi verhaal vertellen. Ik wilde een boek schrijven over een puber, ongeveer zoals ik zelf ben geweest. Het is het portret van een jongen die grappig is. Of denkt dat hij grappig is. Het is het portret van een leeftijd, van een jongen met een vader die vreemdgaat en een moeder die doodgaat. Hij moet de dood van zijn moeder verwerken, maar hij schreeuwt zo hard en hij is zo stoer dat hij daar niet aan toekomt.'

1 opmerking:

  1. Hoi Anniek,

    Je hebt de kritiek uit de recensies goed beargumenteerd. Je had wel wat passages uit het boek kunnen citeren om de argumenten te ondersteunen en om wat inzicht te geven in de schrijfstijl van Herman Koch. Ik heb het boek immers niet gelezen. Wel vond ik het heel sterk dat je een stukje hebt toegevoegd waarin Koch zelf over zijn boek vertelt. Goed gedaan!

    Groetjes,
    Sanne

    BeantwoordenVerwijderen