zondag 31 mei 2015

Opdracht 7: Lucifer

Titel: Lucifer
Auteur: Connie Palmen
Amsterdam, 2007, Prometheus
351 pagina’s

Genre: psychologisch

Samenvatting:
In de zomer van 1981 valt de vrouw van de componist Lucas Loos op een Grieks eiland in een veertig meter diepe afgrond. De turbulente verhouding tussen de homoseksuele Lucas Loos en de flamboyante Clara Wevers vormt aanleiding tot een stroom van geruchten rondom deze ongelukkige val.
Vijfentwintig jaar na de dood van Clara gaat de schrijver op onderzoek uit. Via een aantal kleurrijke personages dat het Amsterdam van de jaren tachtig bevolkte, stuit ze op onverwachte bronnen. Was de dood van Clara Wevers al jarenlang aangekondigd in een muzikaal en journalistiek oeuvre of was haar val een verschrikkelijk ongeluk?

Lucifer is geïnspireerd op een ware gebeurtenis in het leven van de Nederlandse componist Peter Schat (1935-2003). Aan de hand van zijn oeuvre analyseert Connie Palmen een door vragen en verhalen omgeven dood. Ze doet dit door feiten en fictie subtiel te verweven en zonder de pretentie de historische werkelijkheid weer te geven.
Verwerkingsopdracht ‘Informatiemap’:
Connie Palmen. Volgens ‘de Groene Amsterdammer’ is zij, naast Tim Krabbé en Marga Minco, een van de trekpaardjes van de uitgeverij Prometheus. En daar kan het lezerspubliek niet omheen. Door advertenties, signeersessies, nauwkeurig gedoseerde interviews en hoge stapels in de boekhandel worden haar boeken met honderdduizenden verkocht. In de media wordt ze neergezet als een leuke vrouw. Innemend. Met de eigenschap dat ze, ondanks haar 50 jaar, niet van plan is volwassen te worden. Ze blijft een tenger meisje, met een leren jack en het kapsel van een ondeugend jongetje. Net als veel hoofdpersonages in haar romans, is Palmen buitensporig slim. Zo slim dat ze niemand het verpletterende getal van haar IQ niet durft te vertellen. Dit leidt soms tot een gevoel van eenzaamheid. Ze bekent in een interview dat ze in Ischa, de liefde van haar leven, overleden in 1995, eindelijk een man vond die zelf na kon denken. Het verlies kwam dan ook enorm hard aan. Exact drie jaar later publiceert ze haar derde roman ‘I.M’, oftewel Ischa Meijer. Felle kritiek op dit boek is dat ze zich Ischa Meijer helemaal had toegeëigend. Haar reactie hierop verraad haar doordachtheid:

Wat ik mezelf toeschrijf, is dat die liefde echt was. Maar daarmee is het nog geen Romeo & Julia-liefde of een romantische liefde. Het is een liefde met alle haken en ogen van dien als je met een ontrouwe man omgaat, die daar overigens wel onder lijdt. Mij toe-eigening verwijten, verraadt juist de bezitsdrang van anderen. Ischa Meijer was van iedereen. Ik ben de eerste die dat toegeeft. En ze mogen hem echt hebben.”
In 2010 stierf haar tweede geliefde en echtgenoot, politicus Hans van Mierlo. In 2011 schrijft ze het veelgeprezen ‘Logboek van een onbarmhartig jaar’, waarin ze verslag doet van de rouw om het verlies van een geliefde.

Connie leest geen kranten, vertelt ze, het nieuws is niet haar realiteit. Ze is opgesloten in haar eigen hoofd, in haar eigen intellect, met een niet te stillen honger naar kennis en wetenschap. Ze studeerde filosofie en haar gedachtespinsels zijn het waard om opgeschreven te worden.
Erkenning krijgt ze dan ook meer dan genoeg. Haar boeken breken verkooprecords. In 1991 debuteerde ze met de literaire roman ‘De Wetten’. Dit boek werd een bestseller en daarmee was haar naam gevestigd. Ook de daarop volgende romans als ‘De Vriendschap’ en ‘Lucifer’ werden uitermate goed ontvangen en geprezen met onder andere de AKO-literatuurprijs en Humo’s gouden bladwijzer. Maar haar bibliografie is vele malen breder dan ‘slechts’ romans. Ze publiceert essays, wetenschappelijke stukken, korte verhalen enzovoorts. Haar intelligentie speelt een grote rol in haar boeken. Hieronder een fragment uit een interview met de NRC in 2002.

Filosofie speelt een nogal grote rol. Zelfs de hoer filosofeert.
“Klopt. Ik heb belang bij een slimme hoer. Ik heb er blijkbaar moeite mee om personages op te voeren die niet heel nadenkend zijn. Die ken ik ook niet in het dagelijks leven. Mensen amuseren me door hun gepieker en getob. Ik wil binnen vijf minuten weten wat iemand bezighoudt en dan kom je altijd wel tot iets. Wat dat betreft bestaan er eigenlijk geen domme mensen. Je hebt al een filosofie nodig om de straat over te steken. ”
In De wetten schreef je dat je als kind te veel aan God hing*. Dat je non wilde worden of misdienaar.
“Misdienaar? Priester zul je bedoelen! Nu moet je niet de mythe van mijn arrogantie naar de filistijnen helpen. Maar wat was je vraag ook alweer?”
Speelt het geloof nog een rol?
“Ja, dat merk je wel aan Geheel de uwe. God bestaat niet, maar ik houd heel veel van hem. Ik ben een heiden die met hem bezig is. Het fascineert me dat iemand mij zo kan boeien. Ik vind het enig: met iemand bomen over God. God is zo afhankelijk van het woord. Dat amuseert me. Man, wat een knap bestaan. Het is een woord dat alles onderling verbindt. Dát is nog eens een existentie. Net zoals je in een dorp ook meer bestaat zodra ‘ze’ het meer over je hebben. Je kunt lekker roddelen over God. En daarmee schep je hem.”
Hang jij erg aan het leven?

“Ja. Maar ik ga er een beetje mal mee om, waarschijnlijk juist omdat ik er zo aan hang. Ik doe er niet veel aan om honderd te worden, ga niet twee keer per week naar de sportschool, pak liever de auto dan de fiets en moet zeggen dat het leven zonder roken en drinken me heel vervelend toeschijnt. Het is een beetje Russische roulette. Maar ik hoop niet dat ik morgen ga.” 


Bronnen:

2 opmerkingen:

  1. Hoi Anniek,

    Je hebt de opdracht goed uitgevoerd. Je hebt het leven van Connie Palmen kort en bondig neergezet. Ze stukjes waarin Palmen wordt geciteerd zijn goed uitgekozen en passen bij de rest van je verhaal. Ik zie wel hier en daar een foutje, zoals de dubbele ontkenning die je gebruikt in de zin over haar IQ. Dit zijn kleine slordigheidsfoutjes. Verder is het een prima stuk!

    Groetjes,
    Sanne

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hallo Anniek,

    Allereerst wil ik zeggen dat je samenvatting duidelijk aangeeft waar het boek over gaat. Natuurlijk gaat het hier vooral om het stuk over het leven en de ideeën van Palmen, dus daar heb ik me ook vooral op gefocust. De fout waar Sanne op wees is de enige die me was opgevallen, en dat was dan ook de enige die ik na twee keer doorlezen heb gevonden. Afgezien van hiervan een goed stuk.

    Groetjes,
    Coen

    BeantwoordenVerwijderen