dinsdag 15 december 2015

Vele hemels boven de zevende

Door Griet Op de Beeck

Inhoud

Eva (36) is reclasseringsbeambte in een gevangenis. Ze is ogenschijnlijk een sterke, gelukkige vrouw die voor iedereen klaarstaat, maar lijdt onder haar vrijgezellenbestaan, onaantrekkelijk uiterlijk, eet- en overgewichtprobleem en is, hoewel ze vele kennissen heeft, eenzaam.
Haar oudere zus Elsie Bergmans (42) voelt de sleur van haar huwelijk met de twaalf jaar oudere, hardwerkende nefroloog (arts gespecialiseerd in nieraandoeningen) Walter. Ze hebben twee kinderen: Lou en Jack. Lou (12) wordt gepest op school, voelt zich eenzaam, en stort haar hart geregeld uit bij Eva. 
De ouders van Eva en Elsie zijn Jos (71) en Jeanne (65). Ze hebben een ongelukkig huwelijk. Jos, voormalig restauranthouder, is alcoholist en gaat gebukt onder een gruwelijke geheim. Jeanne is dominant, egocentrisch en klaagziek. Ze hebben ook een zoon, Ben.

Eva gaat naar de vernissage van Casper (46), een succsvolle schilder die zijn hart soms bij haar uitstort, en neemt Elsie mee. Casper raakt direct door Elsie geboeid. Hij vraagt haar wat ze van zijn schilderijen vindt en zij belooft daarover na te denken en hem dat in een brief uit te leggen. Als de brief hem drie dagen later bereikt, verwondert hij zich erover hoe goed Elsie zijn werk doorgrondt. Veel beter dan Merel, met wie hij samenwoont, vindt hij. Ook in zijn huis woont Willem, Merels zoon uit een eerdere relatie. Casper vraagt Elsie uit eten en de twee krijgen een hartstochtelijke relatie. 
Elsie praat met Eva over haar relatie met Casper en de lastige keuze waar ze voor staat. Juist nu probeert Walter wat meer aandacht voor haar en zijn kinderen te tonen. Moet ze haar gezin voor Casper in de steek laten? Eva raadt haar aan voor haar geluk, en dus voor Casper, te durven kiezen. 
Omdat Elsie zich thuis steeds nerveuzer gedraagt en soms lang weg is, ontstaan er spanningen in het gezin. Casper besluit op zijn beurt Merel over zijn relatie met Elsie te vertellen. Ze reageert woedend. 

Eva is weinig succesvol in de liefde. Ze klampt zich vast aan een in haar ogen bijzondere gevangene, Henri (44), een knappe, charismatische Congolees. Ze overschrijdt de noodzakelijke professionele afstand en voert lange gesprekken met hem. Ook als hij vrijkomt, zoekt ze hem op. Ze heeft enkele dates met andere mannen, maar die lopen teleurstellend af omdat de mannen alleen uit zijn op seks. 
Eva raakt gaandeweg steeds gefrustreerder, takelt af en volgt vruchteloos acht sessies bij een psychiater. Dan laat ook Henri het afweten: hij komt niet opdagen bij afspraken met haar en blijkt weer in het criminele circuit te verkeren.

Lou lucht weer eens haar hart bij Eva: er is haar een ‘ramp’ overkomen (p. 17). Nadat ze zoals elke dag een hele schoolpauze op het toilet had doorgebracht, werd ze in de klas uitgelachen omdat bleek dat ze per ongeluk haar rok van achteren in haar onderbroek had gestopt. 
Het pesten houdt echter abrupt op. Lou ziet in een winkel dat Vanessa, de knapste van haar klas en de ergste pester, kleding steelt. Vanessa ziet dat Lou haar heeft betrapt, maar beiden praten er niet over. Vanessa wil Lou nu in haar vriendenkring opnemen, maar Lou kan dat niet direct geloven en stemt slechts schoorvoetend toe. Vanessa’s vriendinnen geven haar opmaak- en kledingadviezen en nemen haar mee uit. Tijdens een feestje gebruikt Lou voor het eerst drugs. Ze wordt woedend als ze ziet dat Vanessa danst en tongzoent met een jongen op wie zij (Lou) verliefd is, loopt weg van het feest en fietst naar Eva’s appartement. Die komt pas laat thuis en neemt haar liefdevol op.

Uit liefdesverdriet en door het ‘verraad’ van Vanessa is Lou zo van slag dat ze enkele dagen verzuimt van school. Ze wordt ter verantwoording geroepen door de adjunct-directeur en biecht alles aan hem op, ook de diefstal van Vanessa. Als Vanessa enige tijd daarna uit de les wordt geroepen, blijkt dat de adjunct er werk van heeft gemaakt. De leerlingen keren zich nu tegen haar en zoeken toenadering tot Lou. Die voelt zich ongemakkelijk onder haar ‘verraad’ en het negeren van Vanessa, durft haar echter niet aan te spreken en vraagt haar ouders of ze naar een andere school mag. Die accepteren dat, nadat Eva hun heeft uitgelegd wat er allemaal met Lou is gebeurd.

Jos wordt gebeld door zijn broer Karel (75) om langs te komen omdat hij een belangrijke mededeling heeft. Karel is getrouwd met Imelda; ze hebben een gehandicapte zoon, Victor. Jos brengt zijn dagen mijmerend en drinkend door, vindt het vreselijk om zijn huis uit te gaan, maar gaat er toch met Jeanne naar toe. Karel heeft alle broers opgeroepen om mee te delen dat hij ongeneeslijke longkanker heeft en vraagt hun voor zijn vrouw en zoon te zorgen als hij er niet meer zal zijn. Zoals altijd in zulke situaties trekt Jos zich terug om, tot woede van zijn vrouw, te roken en te drinken.

Maar die nacht komt zijn nachtmerrie terug: hoe hij, met de auto op weg naar Karel, Victor niet meer kon ontwijken en aanreed, zodat die blijvend gehandicapt raakte. De familie vermoedt dat Victor plotseling overstak en Jos hem niet meer kon ontwijken. Maar Jos weet beter: hij was weer eens dronken en reed veel te veel aan de linkerkant van de weg, omdat hij met zijn rechterhand de gevallen heupfles zocht. Dat hij sindsdien financieel bijdraagt aan de verzorging van Victor, stellen Karel en Imelda zeer op prijs, maar kan zijn immens schuldgevoel niet wegnemen. Pas aan Eva, die hem af en toe bezoekt, durft hij eindelijk de hele waarheid te vertellen. Eva geeft hem de raad niets aan Karel te vertellen. Maar omdat Karel plotseling overlijdt, hoeft Jos tot zijn opluchting geen keuze te maken.

Jos vindt de begrafenis van zijn broer vreselijk en probeert zoveel mogelijk contact te mijden. Tussendoor drinkt hij stiekem. Als hij dronken is, durft hij Imelda te zeggen dat hij schijt heeft aan alles, haar nooit sympathiek heeft gevonden en Karel destijds heeft bezworen niet met haar te trouwen. Na nog een scène rijdt Jeanne hem naar huis.

Op de 65ste verjaardag van Jeanne komt het vooral door haar melodramatische bemoeizucht tot een escalatie. Elsie verklaart dat iedereen in het gezin altijd maar doet alsof er niets aan de hand is en de lieve vrede wil bewaren, maar dat ze daar nu meer dan genoeg van heeft. Ze verklaart te willen scheiden. Ook Jos’ auto-ongeluk brengt ze ter sprake: Eva heeft haar dat (in vertrouwen!) verteld. Eva en Ben proberen tevergeefs te sussen, Jos besluit buiten te gaan roken. Eva pleegt zelfmoord door ’s nachts van een tachtig meter hoog appartementengebouw te springen. In een afscheidsbrief verklaart ze dat ze tevergeefs heeft geprobeerd voort te leven voor andere mensen. Ze bedankt iedereen en zegt met klem dat ze dit einde zelf heeft gewild en niemand het had kunnen voorkomen.


Recensie Sophie Visser

HET VLAAMSE VELE HEMELS BOVEN DE ZEVENDE IS EEN FEEST VOOR TAALLIEFHEBBERS

Griet Op de Beeck bewoog zich jarenlang in de Vlaamse theaterwereld, maar belandde via de journalistiek (De Morgen, HUMO) in schrijversland. Met haar debuut Vele hemels boven de zevende bewijst ze dat dat een logische stap is. Een intens droevig boek, maar een lekkernij voor liefhebbers van (de Vlaamse) taal.

Op de Beeck introduceert een hechte, maar verstoorde familie. De zusters Eva en Elsie zijn beiden in de dertig en proberen een normaal, prettig leven te leiden. Voor geen van de twee is dat echter een gemakkelijke opgave. Een waarschijnlijke oorzaak daarvan is dat hun moeder een dramatische, egoïstische en aanstellerige dame is en hun vader een lieve man, maar even laf als drankverslaafd. Ook het leven van de twaalfjarige dochter van Elsie, Lou, verloopt niet vlekkeloos, maar met de onvoorwaardelijke steun van Eva slaat ze zich door de schooldagen heen.

Personage-hoppen

Op de Beeck kiest ervoor de personages afwisselend aan bod te laten komen in korte hoofdstukken. De eerste tientallen bladzijden zijn dan ook af en toe verwarrend, waarbij beslist hier en daar moet worden teruggebladerd. Zodra de verhoudingen duidelijk zijn, en de lezer gewend is aan het personage-hoppen, belandt hij in een stroomversnelling van scherpe en vaak intens droevige gedachten.

De zinnen van Op de Beeck zijn soms zo pakkend, dat ze jaloezie opwekken. Zinnen die je zelf zou willen hebben bedacht, zoals: ‘De klok aan de muur verraadt hoe traag de tijd gaat’, of: ‘Melancholie, dat woord is mooier dan het gevoel fijn is.’ Dat de laatste zin afkomstig is van een meisje van twaalf, is echter een beetje ongeloofwaardig.

Kitsch als valkuil

Deze zinnen illustreren waar de kracht van het boek in schuilt: in de taal. Op de Beeck moet er echter voor uitkijken dat de zinnen niet te gekunsteld worden, met kitsch als valkuil. Al maakt ze veel goed door de zware, kernachtige hersenkronkels af te wisselen met geestige Vlaamse idiomen, zoals negertetten (voor negerzoenen), komaan, en ‘hebt gij al een lief, schattebol?’ Het is verleidelijk de zinnen hardop te lezen, in je beste Vlaams.

Weinig urgentie

Wellicht komt het doordat Op de Beeck uit de theaterwereld komt, waar stijl en vorm een belangrijke plaats innemen ten opzichte van structuur en inhoud, maar Vele hemels boven de zevende heeft te weinig plot. Er gebeurt niet zoveel. De lezer kabbelt mee met de gedachtestromen van de vijf personages, maar onvermijdelijk denkt hij af en toe: waarom lees ik dit? De urgentie ontbreekt, waardoor wegleggen op de loer ligt.

Totdat er, tegen het einde van het boek, een plotselinge gebeurtenis plaatsvindt. De kabbelende rivier maakt plaats voor een kletterende waterval en de personages krijgen met terugwerkende kracht meer diepte en betekenis. Vanaf dat moment is wegleggen geen optie meer, en achteraf zal Vele hemels boven de zevende nog lang in het hoofd blijven hangen, dwarszitten en rondspoken.

Bronnen:

https://www.cleeft.nl/boeken/recensie_recensie-vele-hemels-boven-de-zevende-griet-op-de-beeck
http://www.elinea.nl/artikel/griet-op-de-beeck-vele-hemels-boven-de-zevende-analyse

Een schitterend gebrek

Door Arthur Japin

Auteur:Japin, Arthur
Jaar uitgave:2003
Uitgeverij:De Arbeiderspers
Plaats:Amsterdam
Aantal pagina's:239
Genre:historische roman, psychologische roman

Over de auteur

Arthur Japin (1956) is een veelzijdig man. Hij studeerde een paar jaar Nederlandse taal- en letterkunde en deed daarna de theaterschool. Hij speelde verschillende rollen voor tv, radio en toneel en zong daarnaast in opera's. In 1987 stopte hij met acteren en wijdde zich volledig aan het schrijverschap. Ook hierin is hij veelzijdig. Zo schreef hij diverse toneelstukken, hoorspelen, scenario's, verhalenbundels en romans. Zijn debuut als schrijver had hij in 1996 met de verhalenbundel Magonische verhalen die veel positieve literaire kritieken kreeg. Grote bekendheid kreeg hij met De zwarte met het witte hart (1998), een roman op historische feiten gebaseerd. Binnen dit genre schreef hij ook De overgave (2007), Vaslav (2010) en Een schitterend gebrek (2003).  Zijn werk is meerdere maken bekroond.  
In 1994 schreef Japin het scenario voor 'Jacob de gok, Giacomo Casanova aan de Leidse gracht' voor de TROS. In dit hoorspel ziet hij zijn eerste liefde terug in Amsterdam.
Een schitterend gebrek  wordt op de luister-cd door hem zelf voorgelezen.

Inhoud

Dit boek is gebaseerd op het leven van Lucia, de eerste grote liefde van Giacomo Casanova. Het verhaal beschrijft de ontmoeting van Lucia en Giacomo, haar verraad en het terugzien, dit alles door de ogen van Lucia bezien. Het weerzien van Giacomo in Amsterdam is voor haar de aanleiding om op haar leven terug te kijken. Je gaat met Lucia mee naar het Italiaanse platteland, waar zij elkaar leerden kennen toen zij nog erg jong waren. Je leest hoe haar gezicht door ziekte blijvend verminkt raakt. Omdat uiterlijk bij de hogere Venetiaanse klasse waar Casanova toe behoort zeer belangrijk is, besluit ze uit liefde voor hem te vertrekken. Voor hem laat ze de boodschap achter dat zij er vandoor is met een knecht. Dit verraad zorgt ervoor dat hij nooit meer zo lief kan hebben als hij daarvoor kon.
Lucia komt via Venetië in Amsterdam terecht, waar ze als hoer werkt. Daar ontmoet ze Casanova weer, die haar niet herkent omdat zij haar verminking verbergt achter een voile. Overwint liefde uiteindelijk alles?

Het boek lijkt misschien in eerste instantie een standaard liefdesromannetje, maar onderscheid zich daarvan door het bloemrijke taalgebruik en veel filosofische wijsheden. Ook in opbouw en plot wijkt de roman af van het gewone liefdesverhaal. 

Titelverklaring

Waarom het boek de titel ‘Een schitterend gebrek’ draagt wordt al duidelijk in het begin van het verhaal: Giacomo en Francesco komen naar het landhuis van de gravin voor het grote bruiloftfeest. Ze worden ontvangen door de 14jarige Lucia.
“Die Lucia is volmaakt!”
“Dat zou je denken,” Giacomo klonk plotseling bedrukt. “Ze heeft alleen één ernstige tekortkoming.”
“Welke dan?”
“Zij is te jong.”
Hij meende het, maar zijn broer moest lachen: “Wat een schitterend gebrek!”
Japin, A. (2007). Historische roman: Een schitterend gebrek. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers. P.52
Francesco verwijst naar een typisch kenmerk van de achttiende eeuw, namelijk hoe jonger je vriendin, hoe beter. Het ‘jong zijn’ van Lucia is dus geen gebrek volgens Francesco. Maar om dit nonchalant over te laten komen zegt hij dat het een ‘schitterend’ gebrek is.

In de loop van het verhaal krijgt de titel nog een tweede betekenis. Wanneer Lucia de pest krijgt vraagt ze haar ouders om als voorzorgsmaatregel de ledematen vast te binden aan de spijlen van het bed. Lucia’s gezicht werd echter niet vastgebonden en de zweren op haar gezicht zijn mede door het kussen uit elkaar gesplat.
Later is haar leven leert ze met dit ‘gebrek’ leven. Ze begint met het dragen van een sluier voor haar gezicht om de littekens te verbergen. Op deze manier wordt ze door de elite niet bevooroordeeld en wordt haar leven wat aangenamer en zorgelozer.

Tijd en ruimte

Het verhaal speelt zich af in de tijd van de Verlichting, de achttiende eeuw. Het begint als Lucia veertien is (ze is in 1728 geboren dus dat is in 1742), en het eindigt als Lucia (op dat moment Galathée de Pompignac) 30 jaar is, in 1758 dus. In het nawoord kom je erachter wanneer Lucia overleden is, eigenlijk beslaat het boek dus heel haar levensverhaal, met een paar knippen erin.

Het verhaal kent veel versnellende en vertragende momenten. Bijvoorbeeld wanneer Lucia de ziekte krijgt waar ze haar verminking aan overhoudt. De schrijver wijdt acht pagina's aan dit voorval. Het is dat ook de basislegging van het verhaal. Als Lucia wegloopt uit Pasiano komt er een versnelling in het verhaal, de tijd waarin ze reist door Italië en Frankrijk komt niet erg uitgebreid aan bod.
Wat erg kenmerkend is voor dit verhal is dat het niet in chronologische volgorde verteld word. Met vele flash-backs wordt het verhaal in leven gehouden en ben je verplicht goed op te letten. De flash-backs zijn van lange duur, vaak hoofdstukken lang.

Het verhaal speelt zich af in Europa, met name in Italië (Venetië), Frankrijk (Parijs) en Nederland (Amsterdam). Haar jeugd speelt zich af in Pasiano, een mooi natuurgebied met een landhuis van de Gravin en wat huizen voor het personeel, waar Lucia zich helemaal thuis voelt tussen de bossen met de dieren. Als ze wegvlucht uit Pasiano (ze veranderdt har naam in Galathée) komt ze terecht in Bologna waar ze Zelide ontmoet tijdens haar baan als kindermeisje. Samen met deze vrouw gaat ze wonen in Vincennes, dichtbij Parijs. Wanneer Zelide sterft, gaat Galathée naar Amsterdam. Hier komt ze in een klein appartementje te wonen.
Als jonge vrouw komt Galathée in het theater, het bordeel, het spinhuis en gewoon op straat. Vooral het theater en het sniphuis hebben veel betekenis het het boek. Het theater is waar ze Haar jeugdliefde weerziet en het spinhuis is waar ze in heeft gezeten als prostitue om daar te spinnen als soort van taakstraf.
Als laatste gaat ze met haar man naar Amerika, er speelt hier zich niets af, het wordt alleen genoemd.


Bronnen:

http://www.lezenvoordelijst.nl/zoek-een-boek/nederlands-15-tm-19-jaar/e/een-schitterend-gebrek/
https://decasanova.wikispaces.com/Analyse+%27Een+schitterend+gebrek%27

Bezonken rood

Door J. Brouwers

Auteur:Brouwers, Jeroen
Jaar uitgave:1981
Uitgeverij:De Arbeiderspers
Plaats:Amsterdam
Aantal pagina's:152
Genre:autobiografisch proza, bekentenisliteratuur, oorlogsroman, psychologische roman

Informatie over de auteur

Jeroen Brouwers (Batavia, 30 april 1940) is een vooraanstaand Nederlandse schrijver die je niet vaak in de media zult zien optreden. Hij vindt dat mensen die hem willen leren kennen, zijn boeken maar moeten lezen. Die zijn dan ook sterk gebaseerd op zijn eigen leven; de hoofdpersoon in Bezonken rood heet zelfs Jeroen Brouwers. De oorlogsjaren (in Nederlands-Indië duurde de Tweede Wereldoorlog van begin 1942 tot eind augustus 1945) bracht hij met zijn moeder, grootmoeder en zusje door in het Japanse interneringskamp Tjideng, dat in een wijk van Batavia (het tegenwoordige Djakarta) was ingericht. Na de oorlog werd hij als moeilijk handelbaar kind ondergebracht in diverse katholieke jongensinternaten. Al deze ervaringen heeft hij verwerkt in zijn Indiëromans.
Via de wereld van kranten- en tijdschriftredacties kwam hij in de jaren zestig terecht bij Uitgeverij Manteau in Brussel. Na zijn vertrek bij de uitgeverij in 1976 is hij geheel van de pen gaan leven.
Diverse relaties met vrouwen mislukten; de schrijver leidde een zwervend bestaan dat van Vlaanderen via Warnsveld, Exel (bij Lochem) en Uitgeest weer terugvoerde naar België.
Brouwers, die een grote reeks biografieën, verhalen, polemieken, romans, autobiografische schetsen, artikelen in tijdschriften en vertalingen heeft geschreven, heeft in het voorjaar 2012 aan de Belgische zender Canvas verklaard dat hij na Bittere bloemen (2012) geen roman meer zal schrijven; hij acht in dat genre zijn oeuvre wel voltooid. Voor 2014 staat toch Het hout op het programma dat zal gaan over een jongensinternaat.

 Samenvatting

De veertigjarige Jeroen Brouwers krijgt in de vroege ochtend van 28 januari 1981 telefonisch bericht dat zijn moeder de avond tevoren is overleden. Het contact met haar is al jaren verstoord; moeder en zoon zien en spreken elkaar nauwelijks. De gebeurtenis is voor de hoofdpersoon aanleiding in de dagen tussen overlijden en crematie van zijn moeder stil te staan bij hun gezamenlijke ervaringen, waarvan die in Jappenkamp Tjideng wel de aangrijpendste zijn. De grote liefde van het jongetje Jeroen voor zijn moeder is door een aantal gebeurtenissen veranderd in een even grote haat, die zich soms lijkt uit te breiden tot alle moeders, alle vrouwen. 

Hoe het geschreven is

Het taalgebruik is niet lastig, maar wat Brouwers met taal doet, lijkt nog het meest op een droom, vaak een boze droom. Dat komt doordat je zo intens wordt meegenomen in de belevingswereld van de hoofdpersoon. Je moet je daarin laten meevoeren, en dan zul je alle emoties kunnen meevoelen. Lastig is soms te beseffen in welke tijd de schrijver je plaatst, maar als je daar alert op bent, zal dat je wel lukken. Fragmenten over de kamptijd, de periode van zijn kortstondige relatie met de jonge vrouw Liza en het 'nu', de dagen tussen zijn moeders overlijden en haar crematie, wisselen elkaar af. In het begin zijn bepaalde mededelingen raadselachtig, maar als je doorleest, valt alles op zijn plaats. In deze techniek van verbinden door motieven en leidmotieven is Brouwers een grootmeester. Het ene moment word je met lange, meanderende zinnen meegevoerd in het denken van de hoofdpersoon, het volgende moment word je overvallen door beschrijvingen die je naar de keel grijpen. Het verhaal bevat een aantal schokkende passages, vooral in de beschrijvingen van wat er gebeurt in het kamp.

Recensie NRC

'Al mijn boeken zijn autobiografisch en niettemin gelogen' beweert Jeroen Brouwers. Had hij zichzelf in Zonder trommels en trompetten (1973) en vele andere romans en verhalen afgeschilderd als een eenzame drinkebroer die niet tot schrijven komt, met het ontroerende Bezonken rood (1981) joeg hij talloze oorlogsslachtoffers tegen zich in het harnas door in een 'documentair' verslag van zijn jaren in het jappenkamp Tjideng de werkelijkheid om romantechnische reden aan te dikken. Het was niet het enige relletje rondom de persoon van Brouwers, die ook met zijn scheldkritieken en polemieken (bijvoorbeeld tegen de realistische 'jongetjes- en meisjesliteratuur' van de jaren 70) veel stof deed opwaaien. Liefde, literatuur en dood noemt Brouwers als zijn thema's; haat, walging en misantropie zijn de motieven waarvan zijn barok geconstrueerde en soms overgestileerde boeken doortrokken zijn. Brouwers' bibliografie telt meer dan honderd titels; fictielezers kunnen zich het best concentreren op zijn romandebuut Joris Ockeloen en het wachten (1967), waarin een man meegesleurd wordt door (angst)visioenen terwijl hij wacht op de geboorte van zijn kind; op Zonsopgangen boven zee (1977), de heen-en-weer schietende gedachten van een man die samen met zijn vriendin een paar uur vastzit in de lift; of op het veelgeprezen Geheime kamers (2000). In dit polemische compendium van Brouwers' stijl en thema's wordt een oud-leraar geschiedenis uit zijn mislukte leven getrokken door het sirene-gedrag van de vrouw van een succesrijke vriend. De manieren waarop een mens in zichzelf gevangen zit, is ook het thema in de door critici positief ontvangen vader-zoonroman Datumloze dagen (2007). In 2007 kreeg Brouwers als eerste niet-P.C. Hooftprijswinnaar de Prijs der Nederlandse Letteren, die hij overigens weigerde omdat hij het prijzengeld te laag vond.

Bronnen:

http://www.lezenvoordelijst.nl/zoek-een-boek/nederlands-15-tm-19-jaar/b/bezonken-rood/
http://nrcboeken.vorige.nrc.nl/schrijver/brouwers-jeroen


Kaas

Door Willem Elsschot

Auteur:Elsschot, Willem
Jaar uitgave:1933
Uitgeverij:Uitgeverij Van Kampen
Plaats:Amsterdam
Aantal pagina's:148
Genre:novelle, satire

Titelverklaring:
Kaas is een triviale titel, die een zakelijke, alledaagse indruk geeft. Het boek gaat over de kaashandel.

De auteur:
Willem Elsschot is het pseudoniem van Alfons de Ridder . De Ridder wordt op 7 mei 1882 geboren in Antwerpen. Als hij zestien is, wordt hij van school gestuurd wegens baldadig gedrag. Hij heeft dan verscheidene baantjes als loopjongen. In 1900 richt hij met een aantal  medescholieren een tijdschrift op, Alvoorder. Een jaar later  wordt hij vader. In 1904 behaalt hij zijn diploma aan de Antwerpse Handelsschool en uiteindelijk krijgt hij een baan als chef-correspondent bij een bedrijf in Rotterdam. Ook werkt hij een tijd in Parijs. Na vier jaar keert hij, inmiddels getrouwd, terug naar België. In 1913 verschijnt zijn eerste roman, Villa des Roses. Vlak voor de Eerste Wereldoorlog gaat hij, met vrouw en kinderen, bij zijn ouders in Antwerpen wonen. Tijdens de oorlog is hij secretaris van het Provinciaal oogstbureel en in deze periode worden nog twee kinderen geboren. Na de oorlog richt hij een reclamebureau op, met kantoren in Antwerpen en Brussel.
Voor zijn literaire bezigheden vindt hij inspiratie in zijn eigen ervaringen. Na de roman Lijmen (1924), die zich afspeelt in het zakenleven, blijft het lang stil rond Elsschot. Pas na aandringen van Jan Greshoff schrijft Elsschot de roman Kaas in 1933, die zeer succesvol blijkt. Hoofdrolspeler in zijn boeken is vaak Laarmans, een stakker die af en toe aan illusies toegeeft. Het is een bekrompen man die zich in zijn troosteloos bestaan schikt met een spottende glimlach. Ook zijn tegenpool, Boorman, komt vaak in Elsschots werken terug. Beide figuren zijn afsplitsingen van Elsschot zelf. In 1934 verschijnen Tsjip en Verzen van vroeger. Na onder andere De leeuwentemmer (1940) verschijnt het laatste boek van Elsschot in 1947: Het dwaallicht.  In 1947 ontvangt Elsschot de Staatsprijs voor verhalend proza, in 1951 de Constant Huygensprijs en in 1960 (postuum) de Staatsprijs ter bekroning van een schrijversloopbaan. Op 31 mei 1960 overlijdt Elsschot, één dag later overlijdt zijn vrouw.

Literaire stroming:
Nieuwe zakelijkheid.

Samenvatting:
Het boek begint met een inleiding, waarin Elsschot uitvoerig ingaat op de manier waarop een verhaal opgebouwd moet zijn, om spanning te verkrijgen. Hij sluit deze inleiding af met de tekst: ‘In de kunst mag niet geprobeerd worden’.
In het eerste hoofdstuk leert de lezer Frans Laarmans kennen. Hij komt dronken thuis en ontvangt het bericht dat zijn moeder overleden is. Op haar begrafenis ontmoet hij een vriend van zijn broer, mijnheer Van Schoonbeke. Deze nodigt hem uit om een kaasimportfirma op te richten, waar hij dan als alleen-vertegenwoordiger kan functioneren. Hij meldt zich voor vier maanden ziek bij zijn kantoor door zijn broer een doktersverklaring te laten maken.
Hij heeft echter veel moeite met de nieuwe kringen waarin hij zich begeeft. Ook heeft hij geen idee wat zakendoen inhoudt. Hij stelt een aantal agenten aan om de verkoop te doen. Tijdens het opstarten van de firma is hij met de meest onbelangrijke dingen bezig, zoals het zoeken naar een bureau en een tweedehands typemachine. Dit terwijl de kaas in grote hoeveelheden aangevoerd wordt. Alles wordt tot in detail verzorgd, maar de bestellingen blijven uit. Wel wordt hij tot vice-voorzitter van de Association Professionelle des Négociants en Fromage benoemd. Hij blijkt zeer succesvol in deze functie, maar wil liever kaas verkopen. Boorman adviseert hem op het gebied van zakendoen. Laarmans schijnt echter iets tegen kaas te hebben, hij zich er niet toe verzetten, een kaaswinkel te betreden. Afgezien van een paar kazen die hij tegen inkoopprijs aan kennissen kwijtraakt, verkoopt hij niets. Zijn zoon Jan is wel in staat een kist met kaas te verkopen. Aan het eind van het verhaal ligt er nog twintigduizend kilo kaas in de opslagruimte en keert hij terug naar zijn kantoorbaan.

Tijd en tijdvolgorde:
Het verhaal wordt chronologisch verteld, met enkele flash-backs en vooruitwijzingen.
Het is niet duidelijk hoe lang de vertelde tijd bedraagt, waarschijnlijk gaat het om een aantal maanden. Het verhaal speelt zich vermoedelijk af in de dertiger jaren, de tijd waarin het boek is geschreven.

Karakterbeschrijving en –ontwikkeling / onderlinge relaties:
Frans Laarmans:
Frans Laarmans is de hoofdpersoon in het boek. In het begin is hij een eenvoudige kantoorklerk. Zijn moeder overlijdt in het eerste deel van het boek. Op haar begrafenis ontmoet hij een vriend van zijn broer, die hem een functie aanbiedt bij een grote kaasimportfirma. Hij neemt de kans aan, maar het werk bevalt hem niet. Hij besluit om zelf kaas te gaan verkopen, maar hij mislukt volledig als verkoper. Dan besluit hij maar weer terug te gaan naar kantoor. Hij is getrouwd met Fine en heeft twee kinderen, Jan en Ida. Zijn exacte leeftijd is niet bekend, maar zelf zegt hij: ‘Je weet dat ik naar de vijftig loop….’. Hij is een rond karakter.
Van Schoonbeke:
Mijnheer van Schoonbeke is een succesvol zakenman. Hij beschikt over vele contacten, waardoor hij Laarmans aan een nieuwe functie kan helpen. Verder is niet veel over hem bekend. Hij is een vlak karakter.
Fine:
Fine is de vrouw van Laarmans. Zij is een pittige vrouw, met een eigen wil en een standvastig karakter. Aan Fine kan Laarmans al zijn verhalen en frustraties kwijt. Ze hebben samen twee kinderen. Fine is een vlak karakter.
Boorman:
Boorman is de ‘adviseur in zaken’, bij wie Laarmans informatie over het verkopen van kaas inwint. Hij is een type.
De broer:
De broer van Laarmans is arts. Hij zorgt voor een doktersverklaring, waardoor Laarmans vier maanden van zijn werk op het kantoor weg kan blijven. Hij is ook een type.

Thematiek:
Het thema van Kaas is de tragedie van een levensmislukking. Daarmee wordt de ineenstorting van de droom van Laarmans bedoeld. Hij had gehoopt zich van kantoorbediende op te kunnen werken tot een succesvol zakenman. Dit mislukt echter totaal, omdat hij hier geen talent voor heeft.

Vertelsituatie:
Ik-vertelsituatie, Laarmans is de ik-persoon. De lezer kent dus alleen zijn gedachten.

Verhaalopbouw:
Het boek bestaat uit 24 genummerde hoofdstukken. Het begint met een inleiding, waarna een beschrijving van de personages en een opsomming van de elementen volgt.

Bronnen:

http://www.verdec.com/hulpje/boekvers/kaas.htm

maandag 14 december 2015

Het stenen bruidsbed


Door Harry Mulisch

Jaar uitgave:1959
Uitgeverij:De Bezige Bij
Plaats:Amsterdam
Aantal pagina's:183
Genre:experimenteel proza, geëngageerde roman, ideeënroman, oorlogsroman


Over de auteur

Harry Mulisch werd op 29 juli 1927 geboren in Haarlem. Zijn vader was van Oostenrijkse afkomst, zijn moeder was Joods. Zijn vader werkte in de Tweede Wereldoorlog voor een bank die samenwerkte met de Duitsers en heeft daarvoor na de oorlog drie jaar in de gevangenis gezeten. Tegelijk is het echter ook wel zo dat juist de positie die zijn vader had er voor gezorgd heeft dat Harry en zijn moeder nooit opgepakt zijn in de oorlog. Deze familieachtergrond bracht Mulisch tot de uitspraak 'Ik ben de Tweede Wereldoorlog'.
Na zijn debuut in 1947 werd Mulisch snel een veelgelezen schrijver. Zijn vroege verhalen zijn vaak zeer fantasierijk en zitten vol kronkelende gedachten en vreemde gebeurtenissen. Ook de belangrijkste wereldgebeurtenis uit zijn jeugd, de Tweede Wereldoorlog, keert vaak terug in zijn werk.
Hoewel er in Mulisch' gehele oeuvre een aantal constante, steeds terugkerende elementen te herkennen zijn, is er ook een duidelijke ontwikkeling zichtbaar in zijn werk. Het stenen bruidsbed wordt wel beschouwd als de afsluiting van Mulisch' eerste 'periode'. In deze periode staan het mythologische en het magische centraal. In Het stenen bruidsbed verbindt Mulisch deze aspecten, meer dan in zijn vroegere werk, met gebeurtenissen die werkelijk hebben plaatsgevonden - in dit geval het bombardement van Dresden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Mulisch' doorbraak naar het grote publiek vindt plaats in 1982 met de verschijning van De aanslag. De boeken daarna worden alle bijzonder goed ontvangen en verkocht, met als hoogtepunt De ontdekking van de hemel, in 1992, dat zelfs uitgeroepen wordt tot beste Nederlandse boek van de eeuw.
Mulisch heeft tijdens zijn leven belangrijke literatuurprijzen gewonnen, maar had ook veel critici, die zich vooral schenen te ergeren aan de houding van de man Mulisch, die met veel overtuiging over zijn eigen kwaliteiten kon spreken en schrijven, zonder dat duidelijk was in hoeverre hij dat ironisch bedoelde.
Op 30 oktober 2010 stierf Mulisch aan de gevolgen van kanker. Overigens was hij een aantal maanden daarvoor al 'dood', toen Teletekst per ongeluk meldde dat hij was overleden. 's Avonds op tv kon hij lachend vertellen dat het zover nog niet was. Er was sprake van een vergissing - een die hij zelf had kunnen verzinnen.

Inhoud

Norman Corinth is een Amerikaanse tandarts uit Baltimore. Hij wordt uitgenodigd voor een congres voor tandartsen in Dresden in de DDR. Het boek speelt zich af in 1956 en de DDR is op dat ogenblik zeven jaar gescheiden van West-Duitsland en kent een communistisch regime. Corinth gaat op de uitnodiging in en reist naar Dresden. Hij wordt opgevangen door Hella Viebahn, een gids van het congres. Corinth heeft een speciale reden om af te reizen naar Dresden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij piloot van een Amerikaanse bommenwerper en nam hij deel aan het beruchte bombardement op Dresden in februari 1945. In de loop van het boek wordt duidelijk dat Corinth ook betrokken was bij het mitrailleren van de bevolking van Dresden. In feite is Corinth een oorlogsmisdadiger, hij schoot op onschuldige burgers die naar de rivier gevlucht waren. Aan de andere kant is hij zelf ook slachtoffer. Zijn vliegtuig werd neergehaald en Corinths gezicht is verminkt als gevolg van brandwonden.
In Dresden wordt Corinth geconfronteerd met zijn daden. De stad ligt nog altijd in puin en hij hoort veel verhalen over het bombardement en het Derde Rijk. De pensionhouder Ludwig bijvoorbeeld vertelt Corinth dat hij op historische grond staat. De chauffeur die hij krijgt toegewezen, Günther, zegt dat hij in april 1945 als lid van de Hitlerjugend Hitler heeft ontmoet, en zelfs een kneepje in zijn wang kreeg. Ook een collega op het congres, de West-Duitser Schneiderhahn deelt zijn oorlogservaringen met Corinth en vertelt over de concentratiekampen. Hierdoor krijgt Corinth het idee dat Schneiderhahn een voormalige nazibeul is. Hella ten slotte zegt dat ze als jonge communiste in een concentratiekamp heeft gezeten. Als Corinth met Hella naar het pension teruggaat, gaan ze met elkaar naar bed. Als hij met Hella seks heeft, lijkt het alsof Corinth het bombardement nog eens beleeft.
Als Corinth later aan Hella vraagt het naziverleden van Schneiderhahn te onderzoeken, blijkt dat Schneiderhahn juist tegen het naziregime heeft gestreden. Corinth wordt zo boos als hij dit hoort dat hij Schneiderhahn in elkaar slaat. Als anderen hem willen lostrekken van Schneiderhahn vlucht Corinth weg. Hij is nu door het dolle heen, hij lacht en huilt en rent naar de auto van Günther. Zonder zijn chauffeur rijdt hij weg. In een gebied met puinhopen rijdt hij de auto te pletter en steekt het wrak in brand. Zo vernietigt hij Dresden andermaal.
De roman is opgebouwd als een Griekse tragedie, namelijk in vijf bedrijven, van elkaar gescheiden in 3 "zangen". De bedrijven beschrijven het verhaal van Norman Corinth op het tandartsencongres, de zangen zijn flashbacks van zijn deelname aan het bombardement op Dresden. De taal van deze zangen is Homerisch, wat een grotesk resultaat oplevert.

Opzet

Het boek is opgezet als een Griekse tragedie en bestaat uit vijf delen en elf hoofdstukken. De delen II, III en IV worden afgesloten met gezangen die geïnspireerd zijn door de Griekse dichter Homerus. Mulisch gebruikt het specifieke taalgebruik van Homerus in zijn beschrijving van de Amerikaanse bommenwerperbemanning die het bombardement op Dresden uitvoert.

Symboliek

Mulisch zet de Tweede Wereldoorlog synchroon met de Trojaanse Oorlog. Om die reden wordt ook het bombardement door de bemanning van Corinths bommenwerper beschreven in de zogenaamde Homerische gezangen. Als Corinth Dresden verwoest is dat te vergelijken met de Griekse verwoesting van Troje. Zoals Helena van Troje de aanzet is tot de verwoesting van Troje, zo is Hella Viebahn met terugwerkende kracht de reden van de verwoesting van Dresden. Dresden en Troje worden in Het stenen bruidsbed gelijktijdig verwoest. In beide gevallen is er geen echte reden. "Ik ben een onder Agammemnon gesneuvelde Griek, die nog leeft", zegt Corinth tegen Hella. Met andere woorden, Corinth bestaat zowel in het heden als in het verleden. Het thema 'oorlog' wordt door Mulisch vereenzelvigd met 'de liefde'. Liefde leidt bij Mulisch tot vernietiging. Dit komt naar voren in de gewelddadige manier waarop Corinth de liefde bedrijft met Hella. Het bombardement op Dresden in 1945 is dan synchroon aan de seks met Hella in 1956. Zo vernietigt Corinth de stad tweemaal. Dat is ook de verklaring van de titel, de stad Dresden is het bed, versteend, en Hella is de bruid tussen de puinhopen. Mulisch zet overigens Troje ook synchroon met andere zinloze vernietigingen zoals bij Rome, Carthago en Hiroshima:
"'Waarom was Nero Nero? Omdat Nero Nero was.' En ... Die hadden een bedoeling, en aanwijsbare gevolgen - zoals het massacre van Carthago, en Hiroshima; die mikten boven zichzelf uit, zoals de slag om Troje niet om Troje ging, maar om Helena. Dresden niet..."
Alle symboliek van het boek opnoemen is ondoenlijk. J. A. Dautzenberg schreef een compleet boek over Het stenen bruidsbed onder de titel: "De sleutel in de kast". In dit boek geeft hij per pagina en bijna per zin van Het stenen bruidsbed alle symboliek en mogelijke betekenissen weer.

Stijl

Mulisch wees - zeker in het begin van zijn schrijverschap - de psychologische roman af. De romans die door hem in de jaren vijftig werden geschreven kennen een associatieve stijl die volgens Mulisch zelf vergelijkbaar is met de gedichten van de Vijftigers. Mulisch streeft niet naar het realisme, maar naar het mythische. Het stenen bruidsbed kent ondanks de strakke compositie en vorm (de vorm is bij Mulisch vaak belangrijker dan de inhoud) een taalgebruik waarbij veel van de lezer wordt gevergd. Elk woord lijkt een diepere betekenis te hebben, er wordt gemorreld aan het tijdsbegrip en het lijkt alsof er een toestand van voortdurende chaos heerst. Het boek vormt een mijlpaal in zijn oeuvre. Het verscheen in 1959 en pas in 1970 zou er weer een nieuwe roman verschijnen De verteller. Achteraf gezien markeert Het stenen bruidsbed het einde van de eerste periode in het schrijverschap van Mulisch. In de jaren tot 1970 publiceert hij vrijwel alleen journalistiek werk en essays.

Om over na te denken

Wat hebben liefde en oorlog met elkaar te maken? Kun je in een oorlog onderscheid maken tussen de goeden en de slechten? In hoeverre wordt je identiteit bepaald door wat je doet? Hoe kun je verder leven na de totale vernietiging te hebben ervaren? Wat is het wezen van de tijd en de geschiedenis?

Bronnen:

http://www.lezenvoordelijst.nl/zoek-een-boek/nederlands-15-tm-19-jaar/h/het-stenen-bruidsbed/
https://nl.wikipedia.org/wiki/Het_stenen_bruidsbed