dinsdag 15 december 2015

Bezonken rood

Door J. Brouwers

Auteur:Brouwers, Jeroen
Jaar uitgave:1981
Uitgeverij:De Arbeiderspers
Plaats:Amsterdam
Aantal pagina's:152
Genre:autobiografisch proza, bekentenisliteratuur, oorlogsroman, psychologische roman

Informatie over de auteur

Jeroen Brouwers (Batavia, 30 april 1940) is een vooraanstaand Nederlandse schrijver die je niet vaak in de media zult zien optreden. Hij vindt dat mensen die hem willen leren kennen, zijn boeken maar moeten lezen. Die zijn dan ook sterk gebaseerd op zijn eigen leven; de hoofdpersoon in Bezonken rood heet zelfs Jeroen Brouwers. De oorlogsjaren (in Nederlands-Indië duurde de Tweede Wereldoorlog van begin 1942 tot eind augustus 1945) bracht hij met zijn moeder, grootmoeder en zusje door in het Japanse interneringskamp Tjideng, dat in een wijk van Batavia (het tegenwoordige Djakarta) was ingericht. Na de oorlog werd hij als moeilijk handelbaar kind ondergebracht in diverse katholieke jongensinternaten. Al deze ervaringen heeft hij verwerkt in zijn Indiëromans.
Via de wereld van kranten- en tijdschriftredacties kwam hij in de jaren zestig terecht bij Uitgeverij Manteau in Brussel. Na zijn vertrek bij de uitgeverij in 1976 is hij geheel van de pen gaan leven.
Diverse relaties met vrouwen mislukten; de schrijver leidde een zwervend bestaan dat van Vlaanderen via Warnsveld, Exel (bij Lochem) en Uitgeest weer terugvoerde naar België.
Brouwers, die een grote reeks biografieën, verhalen, polemieken, romans, autobiografische schetsen, artikelen in tijdschriften en vertalingen heeft geschreven, heeft in het voorjaar 2012 aan de Belgische zender Canvas verklaard dat hij na Bittere bloemen (2012) geen roman meer zal schrijven; hij acht in dat genre zijn oeuvre wel voltooid. Voor 2014 staat toch Het hout op het programma dat zal gaan over een jongensinternaat.

 Samenvatting

De veertigjarige Jeroen Brouwers krijgt in de vroege ochtend van 28 januari 1981 telefonisch bericht dat zijn moeder de avond tevoren is overleden. Het contact met haar is al jaren verstoord; moeder en zoon zien en spreken elkaar nauwelijks. De gebeurtenis is voor de hoofdpersoon aanleiding in de dagen tussen overlijden en crematie van zijn moeder stil te staan bij hun gezamenlijke ervaringen, waarvan die in Jappenkamp Tjideng wel de aangrijpendste zijn. De grote liefde van het jongetje Jeroen voor zijn moeder is door een aantal gebeurtenissen veranderd in een even grote haat, die zich soms lijkt uit te breiden tot alle moeders, alle vrouwen. 

Hoe het geschreven is

Het taalgebruik is niet lastig, maar wat Brouwers met taal doet, lijkt nog het meest op een droom, vaak een boze droom. Dat komt doordat je zo intens wordt meegenomen in de belevingswereld van de hoofdpersoon. Je moet je daarin laten meevoeren, en dan zul je alle emoties kunnen meevoelen. Lastig is soms te beseffen in welke tijd de schrijver je plaatst, maar als je daar alert op bent, zal dat je wel lukken. Fragmenten over de kamptijd, de periode van zijn kortstondige relatie met de jonge vrouw Liza en het 'nu', de dagen tussen zijn moeders overlijden en haar crematie, wisselen elkaar af. In het begin zijn bepaalde mededelingen raadselachtig, maar als je doorleest, valt alles op zijn plaats. In deze techniek van verbinden door motieven en leidmotieven is Brouwers een grootmeester. Het ene moment word je met lange, meanderende zinnen meegevoerd in het denken van de hoofdpersoon, het volgende moment word je overvallen door beschrijvingen die je naar de keel grijpen. Het verhaal bevat een aantal schokkende passages, vooral in de beschrijvingen van wat er gebeurt in het kamp.

Recensie NRC

'Al mijn boeken zijn autobiografisch en niettemin gelogen' beweert Jeroen Brouwers. Had hij zichzelf in Zonder trommels en trompetten (1973) en vele andere romans en verhalen afgeschilderd als een eenzame drinkebroer die niet tot schrijven komt, met het ontroerende Bezonken rood (1981) joeg hij talloze oorlogsslachtoffers tegen zich in het harnas door in een 'documentair' verslag van zijn jaren in het jappenkamp Tjideng de werkelijkheid om romantechnische reden aan te dikken. Het was niet het enige relletje rondom de persoon van Brouwers, die ook met zijn scheldkritieken en polemieken (bijvoorbeeld tegen de realistische 'jongetjes- en meisjesliteratuur' van de jaren 70) veel stof deed opwaaien. Liefde, literatuur en dood noemt Brouwers als zijn thema's; haat, walging en misantropie zijn de motieven waarvan zijn barok geconstrueerde en soms overgestileerde boeken doortrokken zijn. Brouwers' bibliografie telt meer dan honderd titels; fictielezers kunnen zich het best concentreren op zijn romandebuut Joris Ockeloen en het wachten (1967), waarin een man meegesleurd wordt door (angst)visioenen terwijl hij wacht op de geboorte van zijn kind; op Zonsopgangen boven zee (1977), de heen-en-weer schietende gedachten van een man die samen met zijn vriendin een paar uur vastzit in de lift; of op het veelgeprezen Geheime kamers (2000). In dit polemische compendium van Brouwers' stijl en thema's wordt een oud-leraar geschiedenis uit zijn mislukte leven getrokken door het sirene-gedrag van de vrouw van een succesrijke vriend. De manieren waarop een mens in zichzelf gevangen zit, is ook het thema in de door critici positief ontvangen vader-zoonroman Datumloze dagen (2007). In 2007 kreeg Brouwers als eerste niet-P.C. Hooftprijswinnaar de Prijs der Nederlandse Letteren, die hij overigens weigerde omdat hij het prijzengeld te laag vond.

Bronnen:

http://www.lezenvoordelijst.nl/zoek-een-boek/nederlands-15-tm-19-jaar/b/bezonken-rood/
http://nrcboeken.vorige.nrc.nl/schrijver/brouwers-jeroen


Geen opmerkingen:

Een reactie posten