Vele hemels boven de zevende
Door Griet Op de Beeck
Inhoud
Eva (36) is reclasseringsbeambte in een gevangenis. Ze is ogenschijnlijk een sterke, gelukkige vrouw die voor iedereen klaarstaat, maar lijdt onder haar vrijgezellenbestaan, onaantrekkelijk uiterlijk, eet- en overgewichtprobleem en is, hoewel ze vele kennissen heeft, eenzaam.
Haar oudere zus Elsie Bergmans (42) voelt de sleur van haar huwelijk met de twaalf jaar oudere, hardwerkende nefroloog (arts gespecialiseerd in nieraandoeningen) Walter. Ze hebben twee kinderen: Lou en Jack. Lou (12) wordt gepest op school, voelt zich eenzaam, en stort haar hart geregeld uit bij Eva.
De ouders van Eva en Elsie zijn Jos (71) en Jeanne (65). Ze hebben een ongelukkig huwelijk. Jos, voormalig restauranthouder, is alcoholist en gaat gebukt onder een gruwelijke geheim. Jeanne is dominant, egocentrisch en klaagziek. Ze hebben ook een zoon, Ben.
Elsie praat met Eva over haar relatie met Casper en de lastige keuze waar ze voor staat. Juist nu probeert Walter wat meer aandacht voor haar en zijn kinderen te tonen. Moet ze haar gezin voor Casper in de steek laten? Eva raadt haar aan voor haar geluk, en dus voor Casper, te durven kiezen.
Omdat Elsie zich thuis steeds nerveuzer gedraagt en soms lang weg is, ontstaan er spanningen in het gezin. Casper besluit op zijn beurt Merel over zijn relatie met Elsie te vertellen. Ze reageert woedend.
Eva is weinig succesvol in de liefde. Ze klampt zich vast aan een in haar ogen bijzondere gevangene, Henri (44), een knappe, charismatische Congolees. Ze overschrijdt de noodzakelijke professionele afstand en voert lange gesprekken met hem. Ook als hij vrijkomt, zoekt ze hem op. Ze heeft enkele dates met andere mannen, maar die lopen teleurstellend af omdat de mannen alleen uit zijn op seks.
Eva raakt gaandeweg steeds gefrustreerder, takelt af en volgt vruchteloos acht sessies bij een psychiater. Dan laat ook Henri het afweten: hij komt niet opdagen bij afspraken met haar en blijkt weer in het criminele circuit te verkeren.
Lou lucht weer eens haar hart bij Eva: er is haar een ‘ramp’ overkomen (p. 17). Nadat ze zoals elke dag een hele schoolpauze op het toilet had doorgebracht, werd ze in de klas uitgelachen omdat bleek dat ze per ongeluk haar rok van achteren in haar onderbroek had gestopt.
Het pesten houdt echter abrupt op. Lou ziet in een winkel dat Vanessa, de knapste van haar klas en de ergste pester, kleding steelt. Vanessa ziet dat Lou haar heeft betrapt, maar beiden praten er niet over. Vanessa wil Lou nu in haar vriendenkring opnemen, maar Lou kan dat niet direct geloven en stemt slechts schoorvoetend toe. Vanessa’s vriendinnen geven haar opmaak- en kledingadviezen en nemen haar mee uit. Tijdens een feestje gebruikt Lou voor het eerst drugs. Ze wordt woedend als ze ziet dat Vanessa danst en tongzoent met een jongen op wie zij (Lou) verliefd is, loopt weg van het feest en fietst naar Eva’s appartement. Die komt pas laat thuis en neemt haar liefdevol op.
Uit liefdesverdriet en door het ‘verraad’ van Vanessa is Lou zo van slag dat ze enkele dagen verzuimt van school. Ze wordt ter verantwoording geroepen door de adjunct-directeur en biecht alles aan hem op, ook de diefstal van Vanessa. Als Vanessa enige tijd daarna uit de les wordt geroepen, blijkt dat de adjunct er werk van heeft gemaakt. De leerlingen keren zich nu tegen haar en zoeken toenadering tot Lou. Die voelt zich ongemakkelijk onder haar ‘verraad’ en het negeren van Vanessa, durft haar echter niet aan te spreken en vraagt haar ouders of ze naar een andere school mag. Die accepteren dat, nadat Eva hun heeft uitgelegd wat er allemaal met Lou is gebeurd.
Jos wordt gebeld door zijn broer Karel (75) om langs te komen omdat hij een belangrijke mededeling heeft. Karel is getrouwd met Imelda; ze hebben een gehandicapte zoon, Victor. Jos brengt zijn dagen mijmerend en drinkend door, vindt het vreselijk om zijn huis uit te gaan, maar gaat er toch met Jeanne naar toe. Karel heeft alle broers opgeroepen om mee te delen dat hij ongeneeslijke longkanker heeft en vraagt hun voor zijn vrouw en zoon te zorgen als hij er niet meer zal zijn. Zoals altijd in zulke situaties trekt Jos zich terug om, tot woede van zijn vrouw, te roken en te drinken.
Maar die nacht komt zijn nachtmerrie terug: hoe hij, met de auto op weg naar Karel, Victor niet meer kon ontwijken en aanreed, zodat die blijvend gehandicapt raakte. De familie vermoedt dat Victor plotseling overstak en Jos hem niet meer kon ontwijken. Maar Jos weet beter: hij was weer eens dronken en reed veel te veel aan de linkerkant van de weg, omdat hij met zijn rechterhand de gevallen heupfles zocht. Dat hij sindsdien financieel bijdraagt aan de verzorging van Victor, stellen Karel en Imelda zeer op prijs, maar kan zijn immens schuldgevoel niet wegnemen. Pas aan Eva, die hem af en toe bezoekt, durft hij eindelijk de hele waarheid te vertellen. Eva geeft hem de raad niets aan Karel te vertellen. Maar omdat Karel plotseling overlijdt, hoeft Jos tot zijn opluchting geen keuze te maken.
Jos vindt de begrafenis van zijn broer vreselijk en probeert zoveel mogelijk contact te mijden. Tussendoor drinkt hij stiekem. Als hij dronken is, durft hij Imelda te zeggen dat hij schijt heeft aan alles, haar nooit sympathiek heeft gevonden en Karel destijds heeft bezworen niet met haar te trouwen. Na nog een scène rijdt Jeanne hem naar huis.
Op de 65ste verjaardag van Jeanne komt het vooral door haar melodramatische bemoeizucht tot een escalatie. Elsie verklaart dat iedereen in het gezin altijd maar doet alsof er niets aan de hand is en de lieve vrede wil bewaren, maar dat ze daar nu meer dan genoeg van heeft. Ze verklaart te willen scheiden. Ook Jos’ auto-ongeluk brengt ze ter sprake: Eva heeft haar dat (in vertrouwen!) verteld. Eva en Ben proberen tevergeefs te sussen, Jos besluit buiten te gaan roken. Eva pleegt zelfmoord door ’s nachts van een tachtig meter hoog appartementengebouw te springen. In een afscheidsbrief verklaart ze dat ze tevergeefs heeft geprobeerd voort te leven voor andere mensen. Ze bedankt iedereen en zegt met klem dat ze dit einde zelf heeft gewild en niemand het had kunnen voorkomen.
Recensie Sophie Visser
HET VLAAMSE VELE HEMELS BOVEN DE ZEVENDE IS EEN FEEST VOOR TAALLIEFHEBBERS
Griet Op de Beeck bewoog zich jarenlang in de Vlaamse theaterwereld, maar belandde via de journalistiek (De Morgen, HUMO) in schrijversland. Met haar debuut Vele hemels boven de zevende bewijst ze dat dat een logische stap is. Een intens droevig boek, maar een lekkernij voor liefhebbers van (de Vlaamse) taal.
Op de Beeck introduceert een hechte, maar verstoorde familie. De zusters Eva en Elsie zijn beiden in de dertig en proberen een normaal, prettig leven te leiden. Voor geen van de twee is dat echter een gemakkelijke opgave. Een waarschijnlijke oorzaak daarvan is dat hun moeder een dramatische, egoïstische en aanstellerige dame is en hun vader een lieve man, maar even laf als drankverslaafd. Ook het leven van de twaalfjarige dochter van Elsie, Lou, verloopt niet vlekkeloos, maar met de onvoorwaardelijke steun van Eva slaat ze zich door de schooldagen heen.
Personage-hoppen
Op de Beeck kiest ervoor de personages afwisselend aan bod te laten komen in korte hoofdstukken. De eerste tientallen bladzijden zijn dan ook af en toe verwarrend, waarbij beslist hier en daar moet worden teruggebladerd. Zodra de verhoudingen duidelijk zijn, en de lezer gewend is aan het personage-hoppen, belandt hij in een stroomversnelling van scherpe en vaak intens droevige gedachten.
De zinnen van Op de Beeck zijn soms zo pakkend, dat ze jaloezie opwekken. Zinnen die je zelf zou willen hebben bedacht, zoals: ‘De klok aan de muur verraadt hoe traag de tijd gaat’, of: ‘Melancholie, dat woord is mooier dan het gevoel fijn is.’ Dat de laatste zin afkomstig is van een meisje van twaalf, is echter een beetje ongeloofwaardig.
Kitsch als valkuil
Deze zinnen illustreren waar de kracht van het boek in schuilt: in de taal. Op de Beeck moet er echter voor uitkijken dat de zinnen niet te gekunsteld worden, met kitsch als valkuil. Al maakt ze veel goed door de zware, kernachtige hersenkronkels af te wisselen met geestige Vlaamse idiomen, zoals negertetten (voor negerzoenen), komaan, en ‘hebt gij al een lief, schattebol?’ Het is verleidelijk de zinnen hardop te lezen, in je beste Vlaams.
Weinig urgentie
Wellicht komt het doordat Op de Beeck uit de theaterwereld komt, waar stijl en vorm een belangrijke plaats innemen ten opzichte van structuur en inhoud, maar Vele hemels boven de zevende heeft te weinig plot. Er gebeurt niet zoveel. De lezer kabbelt mee met de gedachtestromen van de vijf personages, maar onvermijdelijk denkt hij af en toe: waarom lees ik dit? De urgentie ontbreekt, waardoor wegleggen op de loer ligt.
Totdat er, tegen het einde van het boek, een plotselinge gebeurtenis plaatsvindt. De kabbelende rivier maakt plaats voor een kletterende waterval en de personages krijgen met terugwerkende kracht meer diepte en betekenis. Vanaf dat moment is wegleggen geen optie meer, en achteraf zal Vele hemels boven de zevende nog lang in het hoofd blijven hangen, dwarszitten en rondspoken.
Bronnen:
https://www.cleeft.nl/boeken/recensie_recensie-vele-hemels-boven-de-zevende-griet-op-de-beeck
http://www.elinea.nl/artikel/griet-op-de-beeck-vele-hemels-boven-de-zevende-analyse
Geen opmerkingen:
Een reactie posten